Bodemdaling

Metingen:

Prognose:

Gevolgen:

Maatregelen:

Ontstaan
De aardgaswinning gaat gepaard met bodemdaling. Het gas bevindt zich in poriën van diep gelegen gesteentelagen. Deze gesteenten bestaan uit min of meer aan elkaar gekitte zand- of kalkkorrels waartussen zich de poriën, kleine ruimtes bevinden. Als de poriën voldoende met elkaar in verbinding staan kan het gas bij een boring door dit gesteente naar de boorputten stromen. Een poreuze gesteentelaag waarin zich aardgas bevindt, wordt een reservoir genoemd.

- De gashoudende laag van het Groningen-gasveld ligt op ongeveer 3 kilometer diepte. ( klik op de afbeelding voor een grotere)
Het aardgas in een reservoir staat onder hoge druk als gevolg van de aardlagen erboven. Zodra het gas wordt gewonnen, zal de druk in het reservoir geleidelijk afnemen. Als dat gebeurt worden de korrels van het reservoirgesteente door het gewicht van de bovenliggende lagen enigszins samengedrukt. Dit samendrukken wordt compactie genoemd. Hoe groot die compactie is, hangt af van de drukdaling, de samenstelling en de poreusheid van het gesteente, de dikte van het reservoir en die van de aardlagen erboven.

Als er ondergronds compactie plaatsvindt, kan dat aan de oppervlakte gevolgen hebben in de vorm van bodemdaling. In welke mate bodemdaling optreedt, hangt af van de ondergrondse compactie en de diepte en de omvang van het reservoir. Een groot gasveld op geringe diepte geeft meer bodemdaling dan een klein veld op grote diepte.

Er zijn ook andere oorzaken van bodemdaling, zoals o.a. het inklinken van klei- en veenlagen, het verlagen van de grondwaterstand en waterwinning. Op veel plaatsen in Nederland komt daarom bodemdaling voor door andere oorzaken dan gaswinning.