Aan deze website kunnen geen rechten worden ontleend. 
 
 

Gebouwschade Loppersum

 
Aanleiding
Als gevolg van de gaswinning vinden regelmatig aardbevingen plaats in de omgeving van Loppersum. Onder de bewoners is onrust ontstaan over de kracht van toekomstige aardbevingen en de schade die deze aardbevingen kunnen veroorzaken. De provincie Groningen en de gemeente Loppersum hebben twee onderzoeken laten uitvoeren om de vragen van inwoners te beantwoorden. Deltares en TNO Bouw en Ondergrond voerden de onderzoeken uit. Een Stuurgroep begeleidde de onderzoeken. Een groep inwoners van Loppersum en omgeving vormden een klankbordgroep.
 
Hieronder wordt een korte samenvatting van de uitgevoerde onderzoeken gegeven.
De rapporten zijn in te zien door op de rood onderstreepte links te klikken.
 
Onderzoek 1: Gebouwschade Loppersum 
In het eerste onderzoek is gekeken naar de mogelijke schade aan gebouwen die kan ontstaan door aardbevingen. Ook is gekeken naar de relatie tussen bodemdaling en schade aan gebouwen. In het onderzoek is uitsluitend gebruik gemaakt van eerder uitgevoerd onderzoek. Voor de beschouwde onderzoeken is bekeken of gebruik is gemaakt van laatste stand van de techniek.

De gaswinning in Noord-Nederland veroorzaakt aardbevingen. Het aardgas zit ongeveer 3kilometer diep in de bodem, in een poreuze zandsteenlaag. Door de gaswinning wordt deze zandsteenlaag heel langzaam in elkaar gedrukt en daardoor daalt de bodem langzaam. In de gashoudende zandsteenlaag zitten breuken. Op plekken waar de breuken zitten kan de bodem met een schok dalen. Men neemt aan dat dit de oorzaak van de aardbevingen is.

Het KNMI heeft bepaald dat de kracht van toekomstige aardbevingen in Noord-Nederland maximaal 3,9 op de schaal van Richter kan zijn. Dit wordt bepaald op basis van alle informatie die bekend is over aardbevingen in Nederland die zijn veroorzaakt door olie- en gaswinning. De krachtigste van deze aardbevingen vonden plaats in Bergermeer op 9 september 2001 en in Westeremden op 8 augustus 2006. Beide aardbevingen hadden een kracht van 3,5 op de schaal van Richter.

Het aantal aardbevingen verschilt per jaar en per regio. In een deel van Groningen nam het aantal aardbevingen toe. Voor Noord- Nederland als geheel is er geen duidelijke trend te zien in de totale energie die vrijkomt bij aardbevingen. De verwachting is dat er ten minste tot 2070 aardbevingen blijven voorkomen. De planning is dat in 2070 gestopt wordt met de gaswinning in het Groningen-veld.

Het is moeilijk om te voorspellen wat het effect van de krachtigste aardbeving van 3,9 op de schaal van Richter op gebouwen is. Bij de maximale beving komt 2,5 maal zoveel energie vrij als bij de sterkste beving tot nu toe (3,5 op de schaal van Richter). In het buitenland is er veel meer ervaring met het voorspellen van aardbevingsschade omdat aardbevingen daar al veel langer voorkomen. De methodes die in het buitenland worden toegepast zijn in Noord-Nederland niet goed bruikbaar. Dat komt bijvoorbeeld omdat de aardbevingen hier op slechts 3 km onder het aardoppervlak ontstaan (wat tamelijk ondiep is voor een aardbeving) en aardbevingen kort duren. Op basis van wat we nu weten kan door een aardbeving met een kracht van 3,9 op de schaal van Richter tot op ongeveer 15 km van het centrum van de beving schade ontstaan aan boerderijen. Voor nieuwbouwhuizen (na 1940) is dat ongeveer 5 km. Gezien de afstand kun je stellen dat nieuwbouwhuizen beter bestand zijn tegen de kracht die vrijkomt bij de aardbevingen. De schade die kan optreden bestaat over het algemeen uit scheurvorming in muren (lichte constructieve schade). In een beperkt aantal gevallen ontstaan ook diepe scheuren (matige constructieve schade). Het bezwijken van constructieve delen of het instorten van gebouwen wordt niet verwacht.

Door een aardbeving kan onder bepaalde omstandigheden ook verdichting van losgepakte zandige lagen ontstaan. Hierdoor kan ongelijkmatige zakking van de fundering optreden. Het is onduidelijk in hoeverre dit fenomeen in de praktijk ook daadwerkelijk optreedt.

Door gaswinning daalt de bodem in een groot gedeelte van de Provincie Groningen langzaam en gelijkmatig. De maximale bodemdaling bedraagt momenteel ongeveer 30 cm en treedt op in de omgeving van Loppersum. Uit de meest recente voorspellingen blijkt dat in 2070 de bodem waarschijnlijk maximaal 47 cm daalt. Doordat de bodem in een groot gebied langzaam en geleidelijk daalt, ontstaat hierdoor geen schade aan gebouwen.

Bodemdaling heeft wel gevolgen voor de waterhuishouding. Als er geen maatregelen worden getroffen, stijgt het waterpeil in sloten en kanalen.Om schade door vernatting te voorkomen zijn een groot aantal maatregelen genomen zoals het bouwen van nieuwe gemalen en het aanpassen van bestaande gemalen. De genomen maatregelen stellen de waterschappen in staat de waterpeilen aan te passen een de opgetreden bodemdaling. In een aantal grotere watersystemen is het niet mogelijk om de waterpeilen aan te passen aan de bodemdaling omdat binnen deze watersystemen de daling niet overal even groot is. Hierdoor is op een aantal plaatsen sprake van een verhoging of verlaging van de waterpeilen. Op grond van bestaand onderzoek (zie onder 2, 4, 6, 7, 8 en 9 in deze literatuurstudie) is geen gebouwschade te verwachten door peilaanpassing in het kader van de bodemdaling door aardgaswinning.
 
Het tweede onderzoek gaat over een manier om te bepalen wat de oorzaak van schade aan een woning is. Er zijn meer dan 30 verschillende oorzaken bekend voor schade aan gebouwen. TNO Bouw en Ondergrond heeft een methode ontwikkeld waarmee kan worden bepaald waardoor schade aan gebouwen wordt veroorzaakt. Deze methode is toegepast op 5 woningen in Noord-Groningen. Bij alle vijf woningen bleek dat het verzakken van de fundering een belangrijke oorzaak van de schade was. Oudere gebouwen zijn vaak ondiep gefundeerd op slappe klei- en/of veenlagen en kunnen onder hun eigen gewicht wel 5 tot 15 cm zakken. Verder wordt schade veroorzaakt door verbouwingen en inwerking van het weer.
Schade door aardbevingen ontstaat op plaatsen waar de constructie al onder spanning staat (bijvoorbeeld door ongelijkmatige zakking van de fundering). Op plaatsen waar al eerder scheuren zijn ontstaan kunnen bestaande scheuren wijder worden. Schade door aardbevingen kan alleen kort na de beving worden vastgesteld, omdat de scheuren dan nog vers zijn. Vanwege de hoge kosten is de methode die door TNO Bouw en Ondergrond is toegepast om de oorzaken van gebouwschade te bepalen niet bruikbaar voor alle schadegevallen. Het schadebedrag is vaak lager dan de kosten van het uitgebreide onderzoek. Daarom wordt er in veel gevallen gebruik gemaakt van standaardonderzoeken. Daarin wordt alleen gekeken of aardbevingen dan wel bodemdaling de oorzaak is van de schade.